Ik nam mijn spullen en slofte naar buiten. Er stonden massa’s mensen… en ze keken allemaal naar mij. Nadat ik mijn euro’s in Pakistaanse rupees gewisseld had en al op een foto met een hele familie had geposeerd, had ik door dat ik de enige blanke persoon ben in deze wijde omtrek. Tot mijn opluchting vond ik een MacDonalds. Gratis wifi! Ik moest mijn gastheer waarschuwen dat ik veertien uur later zou aankomen. Terwijl ik mij over mijn iPod boog, zette een Pakistaanse man zich bij mij. Iets in de dertig, groot, verzorgd gekleed en geschoren. Hij stelde zichzelf voor als een journalist. Hij had juist de massa straatkinderen gefilmd die naar een voetbaltoernooi in het buitenland zouden vertrekken. Hij vroeg wat ik hier in een MacDonalds in Karachi deed en ik legde mijn situatie uit. Hij stelde voor dat hij mij Karachi bij nacht wou tonen. „Er is hier een mooi strand.” Ik wist niet zoveel af van Karachi, maar ik wist dat het niet zo veilig was als Lahore en Islamabad. De sensatiezoeker in mij zei echter „Gaan!” De rationale moederfiguur hield mij tegen en zei dat ik eerst mijn goede vriend in Lahore zou moeten waarschuwen.
Ik vroeg of ik zijn gsm mocht lenen, ging buiten zitten en belde mijn vriend op. Wanneer ik zijn stem hoorde, verdwenen alle donkere wolken. Hij liet mij beloven om de nacht in de MacDonald door te brengen. „ Ik heb tien jaar in Karachi gewoond en weet dat enkele buurten zeer gevaarlijk zijn. Er is veel straatcriminaliteit.” Al telefonisch regelde hij met die journalist als tussenpersoon een sim-kaart voor mij zodat ik vanaf nu ook telefonisch bereikbaar ben. In Pakistan kunnen buitenlanders immers geen sim-kaart hebben. Een Pakistani moet immers zijn identiteitsnummer, naam van zijn vader en zijn moeder, geboorteplaats en geboortedatum opgeven. Mijn goede vriend aan de telefoon registreerde op zijn naam een nieuwe telefoonnummer voor mij en liet mij beloven goed op de sim-card te letten „zodat het niet in de verkeerde handen kan vallen.”
Ik kwam als een wrak in de luchthaven van Lahore aan. Terwijl ik (nerveus) op mijn bagage wachtte (en hoopte dat het de reis had overleefd), belde ik de vriend in Lahore als eerste op. „Ik ben hier.” Ik wist dat de andere vriend al buiten in de aankomsthal op mij stond te wachten.
